Inleiding
Bij de LASIK en LASEK behandeling zijn er, net zoals bij de nieuwe EPI-LASIK techniek, twee grote stappen. Eerst wordt een cornea-flap gecreëerd en pas in de tweede stap wordt met behulp van de laser de binnenste cornea-laag bijgeshaped.


Het verschil tussen LASIK en LASEK enerzijds en EPI-LASIK anderzijds, is de manier waarop de eerste stap wordt uitgevoerd. Traditioneel wordt die eerste stap uitgevoerd met een elektronische gestuurd mesje, het micorkeratoom of met een chemische vloeistof. Bij een EPI-LASIK wordt ook in de eerste stap al gebruik gemaakt van lasertechnologie.
De procedure in detail
Bij de EPI-LASIK vervant de Femtosecondenlaser het microkeratoom, d.i. het mechanische mesje om een dunne cornea-lamel, de zegenaamde flap, los te snijden. Met die Femtosecondenlaser kan dan het snijden van die flap met een computergestuurde laser gebeuren. Hoewel micorkeratomen al tientallen jaren gebruikt worden en voortdurend verbeterd zijn, is het met de Femtosecondenlaser mogelijk om nog nauwkeuriger en precieser te werken.

De femtoseconden-laser genereert infrarood pulsen van een quadrilioenste van een seconden, vandaar zijn naam. De laserpulsen dringen door de bovenste laag van de cornea tot op de op voorhand exact bepaalde diepte. Daar onstaan door de laserenergie mini luchtblaasjes. Die miljoenen luchtblaasjes naast elkaar zorgen er dan voor dat de flap loskomt zonder dat er mechanisch gesneden wordt.

